Boer zocht, vond en… verloor vrouw

De hupsche boer

Mijn lief, mijn lief, staat u mijn wijs van leven
(zijt gij zo veranderd?) nu in ’t geheel niet aan?
Zeg mij, wat tekens zal ik u toch geven,
dat mijn geluk niet slechts bestaat in waan?
Gij mij verlaten?
Heb ik dat te vrezen?
Omdat ik op het land
gestadiglijk moet wezen?
Geef mij uw hand,
mijn lief, geef mij uw hand, geef mij uw hand!

Gij spraakt weleer: ik wil hier buiten wonen.
Toen vondt gij uw vermaak in dit stille lieve veld.
Wat vriendschap woudt gij mij toen al betonen!
Wat hebt gij mij toen niet al moois verteld!
Gij gingt naar buiten
om de koeien te drijven;
ja, dat deed gij toen;
en wilde toen lang blijven
bij mij in ’t groen;
dan zei jij: o hoe aangenaam is ’t groen!

Wat, zoete meisje, deed u zo verandren?
Wat geeft u toch de stad? ‘k Versta ‘r niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
en neem jouw getrouwe nu ook tot uw man!
Schei uit met dienen.
Je kunt niet verzinnen
hoe wel je zult doen
met mij te beminnen:
dan zit je in ’t groen;
je bent vrouw en voogd en woont in ’t groen!

Uit: Bloemlezing uit de Economische  Liedjes van Betje Wolff en Aagje Deken (1781), samengesteld en ingeleid door Johan van Nieuwenhuizen, Uitgeverij V.A. Kramers 1963

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.