De bruiloftsmars (Georges Brassens)

Iconische foto van Jacques Brel, Léo Ferré en Georges Brassens

Je kunt uit liefde trouwen, of louter om de poen.
Ik heb het heel wat mensen met elkaar zien doen.
Lieden arm als luizen en heren hoog gezeten,
Kappers met kapsones, notarissen bescheten.

Zelfs als ik tot het eind der tijden door zou leven,
Zal één herinnering mij altijd vreugde geven,
De dag dat pa en ma naar het stadhuis toe reden
Om daar voor de wet hun huwelijksband te smeden.

Op een ossenkar gezeten, ik zeg het zonder jokken,
Geduwd door beider ouders, door vrienden voortgetrokken,
Ging het oude liefdespaar hun bruiloftsfeestje vieren.
Die eeuwige verloving kon heus niet langer duren.

We vormden een processie die echt nergens naar leek
En die de goegemeente dus vol wantrouwen bekeek.
Ze vonden ons gezelschap een onbeduidend zootje.
‘Wie dat een bruiloft noemt, die neemt ons in het ootje!’

Er stak opeens een windvlaag op, het was ellendig hoor,
Die rukte vaders hoed mee en de kinderen van het koor.
Tot overmaat van ramp, volgde er een harde regen.
Er rustte op dit huwelijk, zo leek het wel, geen zegen.

Nog zie ik hoe de bruid het uitsnikte, och arme,
Haar fraaie bruidsboeket verregend in de armen.
Ik wilde haar graag troosten en speelde uit alle macht
Op mijn harmonica, op volle orgelkracht.

De bruidsjonkers staken een vuist omhoog, in koor
Roepend: ‘Bij Jupiter, de trouwpartij gaat door.
Al werkt de hemel tegen en lacht het volk ons uit:
Die bruiloft gaan we vieren, lang leve onze bruid!’

(Eigen vertaling van het chanson La marche nuptiale van Georges Brassens)