
Zomeravond in de stadstuin


Voor de fabriekspoort
staat de arbeider plotseling stil
het fraaie weer heeft hem bij de jas getrokken
en als hij zich omdraait
en naar de zon kijkt
helemaal rood helemaal rond
lachend aan zijn loden hemel
knipoogt hij
amicaal
Zeg eens kameraad Zon
vind jij ook niet
dat het nogal dom is
om zo een mooie dag weg te geven
aan een baas?
(Eigen vertaling van het gedicht Le temps perdu van Jacques Prévert)

Dit is het eiland
waar mij eens ontmaagde
wier minnaar mij
nog meer behaagde.
Na zoveel jaren weerom
kan niets mijn gemoed verstoren.
Ontstegen aan de oude droom,
word ik maagdelijk herboren.
==========
Ooit was ik blond
als het helmgras
in de duinen.
Nu kleur ik beter
bij het grijs
van de meeuwen
en het gruis
van de schelpen
op de paden.
Maar ik fiets
nog altijd,
nog altijd
met wind tegen.
==========
Zwetend zwoegen we
het laatste duin op
door het mulle zand.
Dan roept een stem:
‘Land in zicht!’
Goddank, we zijn gered
en kunnen eindelijk
genadeloos verbranden
op ons blauwe zonnebed.
==========
Op het strand
oefenen Duitse badgasten
voor een begrafenis.
Nog een geluk
dat er vandaag
geen blinde bader is.
==========
Zonder zee
was er geen
leven op aarde
en al helemaal
geen dichters.
==========
Minnen zeemeerminnen
zeemeermannen meer
dan zeemeermannen
zeemeerminnen minnen?
Het antwoord:
min of meer!
==========
Op het fietspad van Hollum naar Ballum
overviel ons een verstikkende kwalm.
Die kwam heel verdacht
van een meter of acht.
Daar bevond zich
een rokende zalm.
==========
Op Ameland is het
altijd volle maan.
Zie die eilanders
met hun bolle wangen
maar eens aan!
(Voltooid zomer 2005)
