![]() |
| Peter Vos (1981) |
Aan de slootkant wacht
roerloos een blauwe reiger.
Hij kan nog steeds niet geloven
dat zijn tekenaar niet meer komt.
jegens het vedervolk altijd vergoelijken.
Dit tot onbegrip van de vogelaar,
die zich zal beroepen op de weerloosheid
van de schepselen van zijn voorkeur.
Men kan, denk ik, van katten houden
en ook van vogels.
Maar niet omgekeerd.
(Voor Sylva)