
Op afstand roept een
koekoek zijn eigen naam,
niet één keer, maar
vele malen achtereen.
In gedachten herhaal ik
de naam van mijn zus.
Ze was elk voorjaar weer
blij met zijn eerste zang,
voortaan te ver van haar vandaan
om te worden verstaan.

Op afstand roept een
koekoek zijn eigen naam,
niet één keer, maar
vele malen achtereen.
In gedachten herhaal ik
de naam van mijn zus.
Ze was elk voorjaar weer
blij met zijn eerste zang,
voortaan te ver van haar vandaan
om te worden verstaan.

Twee kippen legden allebei
Een kanjer van een paasei
En tokten samen een duet:
Een ode aan het spiegelei,
Het roerei en de omelet.

De kornoelje bloeit.
‘t Vogelhuis is klaar.
Nu maar wachten
Op het mezenpaar.