Langste dag

Camperduin 20 juni 2018

De kastanjes dragen al flinke bolsters.
De zonnebloemen reiken tot de knie.
De laatste koolmees heeft het nest verlaten.
Het is zomer, vóór ik het weet of zie.

De langste dag is al weer aangebroken;
De dag waarop mijn vader jarig was.
Van nu af gaan de dagen korten,
Terwijl het gisteren nog lente was.

In welk seizoen verkeer ik in mijn leven?
Hoogzomer? Of ben ik al in de herfst?
Ik weet het niet, ik wil het ook niet weten!
Wil iemand weten hoeveel tijd hem rest?

Uit mijn dichtbundel Vallend Licht (2001)

66 jaar

D12067D9-CF9D-46F2-BBBD-8CBC3C78C160

Je vader overleven
is een normale gang van zaken.

Maar dat ik nu ouder ben
dan hij heeft mogen worden
vind ik een vreemd idee.

Ik denk aan hem op zijn geboortedag
de langste dag van het jaar
waarop de linden weemoedig geuren.

Vader hield van het leven
maar het leven niet van hem.
Althans niet genoeg.

Want wat is nu 66 jaar
voor een man die ervan droomde
na de noeste strijd om het bestaan

als god in Frankrijk te kunnen leven?

Op bezoek

8b29b-boomstronkgroothoudringe

Als ik binnenkwam
lichtten haar ogen even op
omdat zij in mij vader zag
wat haar zachte kus
een vleugje incest gaf

Ik greep haar tere hand
niet al te stevig vast
toch zei ze nijdig au
en keek mij dan
weer hunkerend aan

Riep ze voor
de zoveelste keer
kom we gaan
zich machteloos
verheffend in haar rolstoel

Dan gingen we
wandelen door de
lege gangen van het huis
waar om geen enkele hoek
een nieuw vooruitzicht gloorde

En speurden
door de glazen wanden
naar een spoor van leven
in de onaandoenlijk
aangelegde rotstuin

Dit gedicht is onder andere gepubliceerd in mijn dichtbundel Vallend Licht (2001)