Gedicht kwijt

Vannacht had ik een nieuw gedicht klaar.
Terwijl ik wakker lag borrelde de ene
na de andere briljante versregel in mij op.

Ik viel in slaap. Toen ik opstond was ik alles kwijt.
Zoals een mooie droom, die je troost gaf in de nacht,
bij het ontwaken geheel verdampt blijkt te zijn.

Slechts een vaag geluksgevoel blijft je nog bij.
Tot onder de ochtenddouche ook dit restant verdwijnt.

IMG_2549

Nadat ik dit geschreven had, vond ik bij Guido Gezelle over hetzelfde onderwerp het volgende (eveneens achtregelige) “kleengedichtje”:

Daar liep een dichtje in mijn gebed
en ‘k wilde ’t aan den kant gezet,
maar, niet te doen, het wilde en ’t zou
mij plagen, als ik bidden wou!

En nu is mijn gebed gedaan
en ’t dichtje is ‘k weet niet waar gegaan:
vergeefs gezocht, vergeefs, o wee.
‘k En vind noch rijm noch dichtje meer!