
Ik ben al aardig op leeftijd en voel me nog best oké.
Toch bekruipt mij steeds vaker het gevoel:
“Daar ben ik te oud voor.”
Waar is de tijd gebleven dat ik het omgekeerde dacht?

Ik ben al aardig op leeftijd en voel me nog best oké.
Toch bekruipt mij steeds vaker het gevoel:
“Daar ben ik te oud voor.”
Waar is de tijd gebleven dat ik het omgekeerde dacht?
De vorst heeft het dak van mijn huis met rijp bedekt,
maar in mijn woonkamer ben ik warm gebleven.
De winter heeft mijn schedel wit gemaakt,
maar het bloed stroomt rood door mijn hart.
De jeugdige blos op mijn wangen, de rozen
zijn allemaal verdwenen, de een na de ander.
Waar ze naartoe zijn gegaan? – neergedaald in mijn hart:
daar bloeien ze naar believen, net als voorheen.
Zijn alle vreugdestromen van de wereld opgedroogd?
Nog vloeit er een stille beek door mijn boezem.
Hebben alle nachtegalen hun zang gestaakt?
Nog is er bij mij in het verborgene één actief.
Hij zingt: “Heer des huizes, vergrendel je poort!
zodat de kou van de wereld je huis niet binnendringt.
Houd de ruwe adem van de realiteit buiten de deur,
En bied alleen de zoete geur van je dromen onderdak!”
Eigen vertaling van het gedicht Greisengesang van de Duitse dichter Friedrich Rückert (1788 – 1866), op muziek gezet door Franz Schubert.


Hoewel een nieuw boek soms tegenvalt
Zomerhitte je te lang kan duren
Het eten in dat leuke restaurant
De tweede keer toch minder smaakt
Zelfs de mooiste herinnering vervaagt
En verre reizen niet meer echt plezieren
Kan ouder worden voldoende charmes bieden
Om het leven nog wat uit te vieren