Na een verjaardag (voor P.)

Je gelooft je eigen leeftijd niet,
of je nu vijftig wordt, of honderd.

Het zijn altijd anderen die het spel bederven
en zwaaien met je rijbewijs of pas,

onderwijl roepend dat een mens
zo oud is als hij zich voelt!

Alsof dat een geldig excuus is
voor iemands gemoedsrust te verstoren.

De enige troost is, dat je zelf af en toe
ook iemand begroeten kunt met de kreet:

’Wat zie jij er nog jong uit voor je leeftijd!’

Vier Perzische kwatrijnen


Het eerste groeien aan den waterkant
hoe wel herkent het zinnende verstand
dons van een cherublip daarin en waas
van kinderwangen in de jonge plant.

Veel kostbaar bloed heeft ‘s werelds loop gestort
en menig bloem is onverhoopt verdord;
verhef u niet op jongzijn en op glans,
de knop valt af, eer zij geopend wordt.

De wereld gaat en gaat, als lang na deze
mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.
Wij werden vóór ons komen niet gemist,
na ons vertrek zal het niet anders wezen.

O droomend hart, kies u een nieuw vertier
in vrouwenwang en purperen eglantier;
licht als kwikzilver vlieten onze dagen,
de pracht der jeugd zinkt als een bergrivier.


Vier melancholische kwatrijnen over de vergankelijkheid uit de Rubaijat van Omar Khayyam (1048-1131) in de vertaling door J.H. Leopold in zijn bundel Verzen. (Op de foto de omslag van de tweede druk uit 1920.)