Het is november en het regent niet.
De ochtendzon rijst wit als melk.
Een roodborst zingt zijn hoogste lied.
Zo zing ook ik – tot ik verwelk.

Het is november en het regent niet.
De ochtendzon rijst wit als melk.
Een roodborst zingt zijn hoogste lied.
Zo zing ook ik – tot ik verwelk.


Maartse viooltjes in mei.
Normaal maakt me dat blij.
Nu wacht ik liever op zonnebloemen
In een wereld, Poetin-vrij.
Je weet waarom een koekoek koekoek heet.
Toch noemt men een koe een koe, geen boe.
En de tjiftjaf roept wel tjif, maar de tjaf is er af.
De ene onomatopee is de andere niet, weet je.
