Meidoorns die bloeien.
Ze springen nu in het oog
en bekoren ons.

Meidoorns die bloeien.
Ze springen nu in het oog
en bekoren ons.

Kijk ze weer wuiven
De twijgen van onze vijg
Met nieuwe handjes


Mijn lieve vrienden, als ik gestorven ben
Plant dan een wilgenboom op het kerkhof
Ik houd van zijn betraand gebladerte
De bleke kleur ervan is mij zo dierbaar
En zijn schaduw zal lichtjes vallen
Op de aarde waarin ik zal sluimeren.
Mes chers amis, quand je mourrai,
Plantez un saule au cimetière.
J’aime son feuillage éploré,
La pâleur m’en est douce et chère,
Et son ombre sera légère
A la terre où je dormirai.
Alfred de Musset (1810-1857)
(Eigen vertaling)
IM Joof van Keulen – op zijn 77-ste geboortedag