
Aan de Merwede zag ik
een geducht paar reuzen staan.
Bomen van reuzen,
van top tot teen overdekt
met woeste lange haren.
Hoe lang ze daar stonden?
Wie zal het zeggen?
Ze staan daar als wachters
aan de rand van het water,
houden iedereen streng in de gaten.
Zodra het lente wordt, veranderen
hun haren in takken vol bladeren.
Het worden wilgen die treuren.
Niemand die dan nog ziet
dat ze eigenlijk reuzen zijn,
bomen van reuzen.

