Lied van een senior

De vorst heeft het dak van mijn huis met rijp bedekt,
maar in mijn woonkamer ben ik warm gebleven.
De winter heeft mijn schedel wit gemaakt,
maar het bloed stroomt rood door mijn hart.

De jeugdige blos op mijn wangen, de rozen
zijn allemaal verdwenen, de een na de ander.
Waar ze naartoe zijn gegaan? – neergedaald in mijn hart:
daar bloeien ze naar believen, net als voorheen.

Zijn alle vreugdestromen van de wereld opgedroogd?
Nog vloeit er een stille beek door mijn boezem.
Hebben alle nachtegalen hun zang gestaakt?
Nog is er bij mij in het verborgene één actief.

Hij zingt: “Heer des huizes, vergrendel je poort!
zodat de kou van de wereld je huis niet binnendringt.
Houd de ruwe adem van de realiteit buiten de deur,
En bied alleen de zoete geur van je dromen onderdak!”

Eigen vertaling van het gedicht Greisengesang van de Duitse dichter Friedrich Rückert (1788 – 1866), op muziek gezet door Franz Schubert.

Portret van Friedrich Rückert (Bron: Wikipedia)

Ontaarding (Heinrich Heine)

Is ook de natuur slechter aan het worden
En neemt zij de fouten van de mens over?
Volgens mij zijn de planten en dieren
Net zo leugenachtig als ieder van ons.

Ik geloof niet zo in de kuisheid van de lelie.
Zij maakt daarmee dat kleurrijke baasje,
De vlinder, het hof; en uiteindelijk zoent en
Fladdert deze met haar onschuld heen.

In mijn ogen is het viooltje helemaal
Niet zo bescheiden. Het bloempje
Verleidt ons met zijn kokette geuren
En hunkert stiekem naar roem.

Ik betwijfel ook of de nachtegaal
Wel meent wat hij zingt. Mij dunkt
Dat hij uit routine overdrijft en
Snikt en zijn trillers produceert.

De waarheid verdwijnt van de aarde.
Ook met de trouw is het over en uit.
Nog kwispelen en stinken ze als altijd,
De honden, maar trouw zijn ze niet meer

(Eigen vertaling van het gedicht Entartung)

Gedicht van Heinrich Heine

Mijn kind, we waren zo jong nog,
Twee kinderen, vrolijk en klein;
We kropen in het kippenhok,
Verstopten ons onder het stro.

We kraaiden ’Kukeleku!’
En brachten wie er passeerden
Op die manier in de waan:
Daar kraait een echte haan!

De kisten op ons boerenerf
Richtten we warmpjes in
En we gingen er samen in wonen
En speelden een modelgezin.

De oude poes van de buren
Kwam vaker bij ons aan;
We bogen hoofden en knietjes
En complimenteerden haar.

We vroegen bezorgd en aardig
Hoe het toch met haar ging;
Dat hebben we sindsdien wel meer
Poezen op leeftijd gevraagd.

Ook praatten we vaak verstandig
Als oudjes onder elkaar
En klaagden dat in onze dagen
Alle dingen veel beter waren.

Hoe liefde, geloof en trouw
Uit de wereld zijn verdwenen,
En dat de koffie zo duur is geworden
En het geld ook al niet overhoudt!

Voorbij zijn de kinderspelletjes,
En gauw vliegt alles voorbij:
Het geld, de wereld, de tijden,
Het geloof en de liefde en trouw.

(Eigen vertaling uit het Duits)