Er moest een club zijn voor dichters
Die de zeventig hebben gehaald,
Om in een ruim lokaal bijeen te zitten
En rode wijn en goudgeel bier te drinken.
Tegen de avond komen ze binnenschuifelen,
Op weg naar hun comfortabele zetel.
Er wordt beschaafd geconverseerd,
Met stiltes, diep en aangenaam.
Zo een vredige sfeer is ver te zoeken
Bij het jeugdige dichtersvolk,
Druk bezig met de uit te vechten twisten
En de liedjes die moeten gezongen.
Maar de oude man weet: ik zit in mijn stoel
En God op zijn troon in de hemel.
Dus rust hij behaaglijk bij de haard
En laat hij de wereld maar draaien.
Mijn vertaling (zonder rijm) van de laatste vier strofes van het gedicht Old Poets van de Amerikaanse dichter Joyce Kilmer (1886- 1918)

