Dichters op leeftijd

Mijn vertaling (zonder rijm) van de laatste vier strofes van het gedicht Old Poets van de Amerikaanse dichter Joyce Kilmer (1886- 1918)



Tranenregen

We zaten zo knusjes tezamen
Verkoeld door ‘n elzenboom,
We keken zo knusjes tezamen
Omlaag naar de kabb’lende stroom.

De maan was ook verschenen,
De sterren erachteraan,
Om samen, o zo tevreden,
In de zilveren spiegel te staan.

Die maan kon mij niet schelen,
Sterren, ik zag er geen,
Ik staarde naar haar verschijning,
En zag haar ogen alleen.

Ik zag ze knikken en kijken
Vanuit de zalige stroom,
De bloempjes, zo blauw, aan de oever,
Die knikten en keken net zo.

En in de beek verzonken
Straalde heel de hemelbaan
En wilde mij mee naar onder
Zijn diepte in doen gaan.

En over de wolken en sterren,
Kabbelde de beek blij voorbij
En riep, al zingend en klinkend,
Een vriendengroet naar mij!

Toen stroomden mijn ogen vol tranen,
Het spiegelbeeld werd opeens vaag;
Ze zei: “Er komt een regenbui,
Ik ga naar huis. Dus, daag.”

Uit de gedichtencyclus ‘Die schöne Müllerin’ van Wilhelm Müller

(Eigen vertaling)

Gezin

Moeder breit
Zoonlief is naar de oorlog
Ze vindt dat heel gewoon, moeder
En wat doet vader eigenlijk?
Hij doet in zaken
Zijn eega breit
Zijn zoon voert oorlog
Hij doet in zaken
De gewoonste zaak van de wereld, vindt de vader
En de zoon
Wat vindt de zoon ervan?
Die vindt niks, helemaal niks, de zoon
De zoon zijn moeder breit, zijn pa verdient geld en hij doet aan oorlog
Als hij met de oorlog klaar is
Gaat hij samen met papa zakendoen
De oorlog gaat door, de moeder ook, ze breit
De vader gaat door met zakendoen
De zoon is gesneuveld, hij gaat niet meer door
Vader en moeder gaan naar het kerkhof
Dat vinden ze vanzelfsprekend, allebei
Het leven vervolgt het leven met het breiwerk, de oorlog en de zaken
De zaken, de oorlog, het breiwerk, de oorlog
De zaken, de zaken en de zaken
Het leven met het kerkhof.

(Eigen vertaling van het gedicht Familiale van Jacques Prévert)