
Blauwe regen, gouden regen,
Vallend als een kleurfontein.
Met hun buien tegen puien
Hoeft geen mens nog zonneschijn.

Blauwe regen, gouden regen,
Vallend als een kleurfontein.
Met hun buien tegen puien
Hoeft geen mens nog zonneschijn.

Populier, ik groet je
in het prille licht.
Jouw verschijning dwingt mij
tot een lofgedicht.
Elke ochtend sta je ‘r
als ik lijn twaalf opwacht,
maar ik zie vandaag pas
dat je naar mij lacht.
Had je al die jaren
geen betekenis:
morgen dat beloof ik
geef ik je een kus.
Een volledig etmaal
peins ik: welke plek
is bij peppels kusbaar
voor een verliefde gek?

Maarts viooltje, aards viooltje
Zo bescheiden sta je daar
Toch verschaf je grote vreugde
In de krans om Flora’s haar
Met je tere lila bloempjes
Meldt het voorjaar zich terug
Maarts viooltje, aards viooltje
Bloei nog even: niet te vlug!