
Een rups en een wesp
snoepten van een plak hesp.
De wesp werd heel hups
en verliefd op de rups.
Die reageerde als gestoken
en is ondergedoken.

Een rups en een wesp
snoepten van een plak hesp.
De wesp werd heel hups
en verliefd op de rups.
Die reageerde als gestoken
en is ondergedoken.
Hoor de wind waait door de bomen
Hier in huis zelfs waait de wind
Doch de Sint zal hier niet komen
Want in dit huis woont geen kind
Al rijdt hij in donkere nachten
Op zijn paardje o zo snel
Niemand zit op hem te wachten
En dat weet de Sint ook wel

Poëzie gaat over alles dat te belangrijk is om in de krant te komen.
Vaak is poëzie een vorm van Vergangenheitsbewältigung.
Nood leert dichten.
Een theoloog is eigenlijk ook een soort verloskundige.
Wielerfans hebben een fietsband met elkaar.
Wat zou het fijn zijn als iedereen van kleur kon verschieten.
Kennis is macht, maar maakt ook eenzaam.