
Een Nijlgans zat in zak en as,
Omdat hij graag een Nijlpaard was.
Geen dierenarts gaf hem een kans:
Van gans naar paard bestaat geen trans.
Dus slijt hij treurend zijn bestaan
in ’t Wilhelminapark voortaan.

Een Nijlgans zat in zak en as,
Omdat hij graag een Nijlpaard was.
Geen dierenarts gaf hem een kans:
Van gans naar paard bestaat geen trans.
Dus slijt hij treurend zijn bestaan
in ’t Wilhelminapark voortaan.

OP EEN EVERZWIJN
Een everzwijn in Loon op Zand
Was fanatiek Oranjeklant.
Hij sprak: ”Het lijkt mij reuze fijn
Te struinen door een Kroondomein.
Al treft mij daar misschien als lot:
Een koninklijk genadeschot.”
OP EEN RATELSLANG
Een ratelslang in Emmeloord
Had nooit van jazzmuziek gehoord.
Toch was hij daarvoor best geschikt,
Zijn ratelslag klonk heel gelikt.
Dus toen hij naar een wedstrijd ging,
Won hij de prijs voor beste swing.

Het eerbetoon van schrijver/dichter Ivo de Wijs aan plezierdichter Keest Stip op tv bij Mathijs gaat door inspireerde mij tot herlezing van het hierboven afgebeelde boekje. Dit literair kleinood werd uitgegeven in 1956 bij L.J.C. Boucher ’s-Gravenhage, fraai voorzien van vignetten van Jean Paul Vroom. Het bleef niet bij lezen alleen: ik waagde de poging om zelf ook twee dierenversjes te maken, in de trant van Trijntje Fop.
Op een walrus
Een walrus op een eenzaam wad
Had graag een lieve vrouw gehad.
Hij tuurde elke dag rondom
Of ergens niet zo’n leukerd zwom.
Zag wel een lagerwalrussin.
Daar zat voor hem geen toekomst in.
Op een pauw
Een trotse pauw uit Overveen
Heeft graag veel kijkers om zich heen.
Zijn ijdelheid wordt vaak beloond:
Als hij zijn pauwenpluim vertoont,
Vergapen zich – ‘t is ongelogen –
Wel honderdvijftig pauwenogen!