Mijn moeders taal

Vandaag merk ik voor het eerst,
hoe haar beeld voor mij vervaagt,
alsof, behalve in de tijd, zij ook in
de geest steeds meer op afstand staat.

Is dit de prijs van het ouder worden:
dat zelfs de dierbaarste persoon
zich uit het oog verwijdert
in de nevelen van de tijd?

Toch blijft zij mij nabij
in de treffende, aan Brabants
taaleigen ontleende gezegdes,
– “Eigen is geen vodje!”

waarmee zij haar spreken kruidde.

Haar beeltenis moge dan vervagen,
maar dankzij mijn moeders taal
zal mijn band met haar beklijven,
totdat in mij alle stemmen zwijgen.

Klacht van een kip

Ach, was ik nog maar een dino,
– zuchtte een kip in een kippenhok –
mijn eieren werden niet gekookt,
of voor een omelet gebroken;
geen mens lag languit op
mijn veren in zijn bed te ronken;
de evolutie heeft ons niet veel goeds gebracht!
Dit heeft, vol onbehagen in haar hok,
een kip bij zichzelve overdacht.