
De nachten zijn donker, lang en koud.
Wij trekken van verhaal naar verhaal de winter door.
Uit verlangen naar gebeurtenissen
Die wij niet eerder gezien of beleefd hebben.

De nachten zijn donker, lang en koud.
Wij trekken van verhaal naar verhaal de winter door.
Uit verlangen naar gebeurtenissen
Die wij niet eerder gezien of beleefd hebben.

Kale bomen aan de horizon
met kruinen van filigrein;
hoe geruststellend troostend
hun aanblik vanuit de trein.
Ze herinneren aan het verlies
van wie je dierbaar waren;
reisgenoten die zijn uitgestegen,
omdat het kennelijk hun tijd was,
en voor eeuwig in de mist verdwenen.
Ook vandaag
houdt de zon
zich weer schuil.
In de tuin buigt
de laatste roos
zich naar de aarde.
De tijd vertraagt;
het licht vervaagt.
Bedaard tast de dichter
naar papier en pen.
