Voor een vrij Belarus

De moed der wanhoop.

Dat is de eerste gedachte die in mij opkomt,
Wanneer ik me probeer voor te stellen
Hoe mensen zich in Belarus moeten voelen,
Na al die jaren van onvrijheid en repressie,
In een kale, kille gevangeniscel, of erbuiten.
In een land dat al meer dan drie decennia
Een gevangenis is voor iedereen die er
Vrij wil ademen, leven, werken, stemmen.

De moed der wanhoop.
Bestaat die dan?
Dat moet haast wel!               

Hoe kunnen mensen anders overleven
In een samenleving waarin al zo lang
De rust van het kerkhof heerst
En mensen monddood en
Onzichtbaar zijn gemaakt,
Vanwege hun inzet voor vrije verkiezingen,
Voor democratie en voor mensenrechten,
Inclusief arbeids- en vakbondsrechten?

Ze overleven achter gevangenismuren,
Of – even onvrijwillig – als balling in een ander land.
Behalve de moed om te blijven hopen,
Wensen we ze ook de kracht toe van de liefde,
De liefde voor zichzelf en hun naasten.
De liefde voor hun gekwelde en geknechte land.
De liefde die mensen met elkaar verbindt
Over alle scheidslijnen en grenzen heen.
De liefde die zelfs het versteende hart van grote
En kleine machthebbers moet kunnen breken.

Er woont een monster in Moskou.
Er woont een monster in Minsk.
Twee taaie en wrede monsters.
Maar ook monsters hebben niet het eeuwige leven.
Hoeveel standbeelden van dictators zijn er,
Ook in onze tijd, niet van hun voetstuk getrokken,
Om te belanden op de mesthoop van de geschiedenis?

Op dezelfde mesthoop waarop gelukkig ook
Duizenden prachtige bloemen bloeien,
Gezaaid door de moed, de hoop en de liefde
Van vrije mensen.

Leo Mesman
16 april 2025, Den Haag

Hoe is het mogelijk?

Hoe is het mogelijk,
vraag ik mij steeds vaker af,
dat wij andere zoogdieren opeten?
(Dat wil zeggen: de meesten onder ons,
ikzelf inbegrepen.)

Kippen, sprinkhanen, vissen, alla.
Maar andere schepselen die, net als wij,
een hart hebben en een moeder en baby’s,
en intelligent zijn en sensaties kennen
van genot en pijn, ja zelfs gevoelens
van vreugde en smart…?

Hoe is het mogelijk?

Ik betreur de opvoeding,
waarin ons het eten van vlees als
de doodnormaalste zaak van de wereld
is bijgebracht, zonder acht te slaan
op zoiets als intersoortelijke solidariteit.

De mensen die vegan door het leven gaan
bewonder ik,
al hoop ik dat ze toch ook compassie voelen
met de onvolkomenheid van mijn bestaan.

Steeds urgenter

De aarde wordt geplunderd.
Oorlogen gaan voort.
De wapenhandel bloeit.
Kinderen vermoord.

Is er iemand die het boeit?
Waart alom de duivel rond?
Steeds urgenter wordt de vraag:
Hoe blijf je geestelijk gezond?

Het antwoord lijkt mij toch:
Laat de hoop niet smoren
En blijf elke dag opnieuw
De roep om vrede horen.