
Boven alle daken hangt een diepe rust.
In ‘t gebladerte klinkt nauwelijks een zucht.
Ook vogeltjes houden zich nu stil.
Geen fijne dag voor wie graag leven wil.
(Vrij naar Johann Wolfgang von Goethe)

Boven alle daken hangt een diepe rust.
In ‘t gebladerte klinkt nauwelijks een zucht.
Ook vogeltjes houden zich nu stil.
Geen fijne dag voor wie graag leven wil.
(Vrij naar Johann Wolfgang von Goethe)















In de tuin zitten
en naar de wolken kijken
die voorbij drijven
en denken aan het mooie
gedicht ‘De wolken’
van Martinus Nijhoff…

Er hangt een vreemde stilte in de wijk;
De meesten zochten elders hun vertier.
Wie achterbleef voelt zich nu rijk:
Is het ergens rustiger dan hier?