
Een weiland: een eindeloos woud.
Een kiezelsteen: een bergmassief.
Een koeienvlaai: een lavastroom.
Een mens: een reus van vlees.
Zo ziet een mier de wereld.

Een weiland: een eindeloos woud.
Een kiezelsteen: een bergmassief.
Een koeienvlaai: een lavastroom.
Een mens: een reus van vlees.
Zo ziet een mier de wereld.

Aan de Merwede zag ik
een geducht paar reuzen staan.
Bomen van reuzen,
van top tot teen overdekt
met woeste lange haren.
Hoe lang ze daar stonden?
Wie zal het zeggen?
Ze staan daar als wachters
aan de rand van het water,
houden iedereen streng in de gaten.
Zodra het lente wordt, veranderen
hun haren in takken vol bladeren.
Het worden wilgen die treuren.
Niemand die dan nog ziet
dat ze eigenlijk reuzen zijn,
bomen van reuzen.

OP EEN EVERZWIJN
Een everzwijn in Loon op Zand
Was fanatiek Oranjeklant.
Hij sprak: ”Het lijkt mij reuze fijn
Te struinen door een Kroondomein.
Al treft mij daar misschien als lot:
Een koninklijk genadeschot.”
OP EEN RATELSLANG
Een ratelslang in Emmeloord
Had nooit van jazzmuziek gehoord.
Toch was hij daarvoor best geschikt,
Zijn ratelslag klonk heel gelikt.
Dus toen hij naar een wedstrijd ging,
Won hij de prijs voor beste swing.