Zijwaarts springen, dichtbundel Méland Langeveld (recensie)

BAROMETER

Aan tafel gezeten
is vader alles vergeten
zelfs dat wat hij deed
een minuut geleden

als de gewoonte van de wind
-het onverbiddelijk meesleuren
van al wat zich laat meevoeren-
tikt vader bij het opstaan
zijn knokige knuist tegen de barometer

wijzer wijst deze morgen
wederom veranderlijk aan,
kon die veranderlijkheid
zich maar bij vader beklijven

de talloze elektroshocks
in zijn jonge jaren
hebben in zijn herfstdagen
gewenst effect gesorteerd

vaders immer malende gedachten
staan op uit.

Dit (vermoedelijk autobiografische) vadergedicht is een van de 48 gedichten in de bundel Zijwaarts springen van Méland Langeveld. Zijn debuutbundel werd op 22 november 2015 op feestelijke wijze in De Nieuwe Anita in Amsterdam gepresenteerd, na drie jaar voorbereiding. En dat is te merken aan de inhoud: elk woord lijkt zorgvuldig gewikt en gewogen in deze rijke en rijpe bundel. De indrukwekkende reeks gedichten ademt een sfeer die mij aan de dichter Hans Lodeizen doet denken en vergt vaak close reading om alle nuances in betekenis goed te vatten.
Méland Langeveld schrijft poëzie die erom vraagt gelezen te worden zoals je een goed glas wijn drinkt: bedachtzaam nippend. Het wereldbeeld van de dichter komt ‘holistisch’ over. Zijn empathie met alles wat kwetsbaar is blijkt vrijwel grenzeloos. Zo toont hij zich in zijn gedichten begaan met het lot van uiteenlopende fenomenen als: gerooide populieren, gevallen soldaten, ‘gesneuvelde’ bladeren, vergeten graven, ja zelfs de dode arm van een rivier. Herhaaldelijk komen ook zijn ouders in hun laatste levensfase in beeld, zoals in het hierboven weergegeven gedicht.
Zijwaarts springen is een warm aanbevolen bundel, waarop bij uitstek de gevleugelde uitspraak van de dichter Novalis van toepassing lijkt: “Poëzie heelt de wonden die het verstand heeft geslagen.”

Klik, voor meer informatie over de inhoud van deze gedichtenbundel en hoe deze te verkrijgen is, op deze link naar de website van Méland Langeveld: Zijwaarts springen

Van onder de tafel, een dichtbundel

Gras

Ik lig in het gras
in de zon.
M’n hoed ligt
op mijn gezicht.
Schuin
zodat ik
nog iets van de wereld
kan zien.
Af en toe heel klein
een beetje zonneschijn.

Dit rake en grappige vers komt uit een heel bijzondere dichtbundel, Van onder de tafel, van Noortje van Kamer, beeldend kunstenaar en dichter uit Amersfoort. De bundel met haar verzamelde gedichten, geschreven tussen 1990 en 2014, verscheen dit jaar. In het voorwoord bedankt ze Hanneke Verbeek en Geerten van Gelder, de redactie van het Taalpodium-tijdschrift Schreef, voor hun hulp.

De bundel is prachtig geïllustreerd met foto’s van bijna 30 langs de weg gevonden autowieldoppen. Die zijn door Noortje heel mooi en kleurrijk beschilderd, als illustratie bij haar gedichten. Want niet alleen in haar poëzie, ook in haar beeldend werk is Noortje verrassend origineel en creatief, niet in de laatste plaats in de keuze van haar materialen. Het maken van haar creaties moet dan ook heel wat tijd en energie vragen. Ze heeft bijvoorbeeld veel waardering geoogst als “pijltjeskunstenares”!

Noortje is sinds 1991 lid van de vereniging Loesje en sinds 2009 van de vereniging Taalpodium. Ze heeft een mooie website die de moeite van het bekijken waard is. Wie interesse heeft in haar dichtbundel of haar kunstwerken, haar e-mailadres is: plakverkenner (apenstaartje) hotmail.com

Tot besluit nog even het titelgedichtje van de bundel.

De tafel

Onder de tafel
is de wereld anders
Wat je dan ziet is amusant
ook nog interessant
je ziet ’t in een ander verband
namelijk…van de onderkant.

Hartslagen van de mus, dichtbundel van Ali Şerik

DE GOUDEN TANDEN

Het was de koudste winterdag van januari

de wind drong door de muren heen 
door de ijsbloemen kon je niet naar buiten kijken
de waakhonden waren nog nooit zo stil
Op die dag stierf mijn opa in zijn slaap
volgens sommigen omdat zijn tijd op was
Toen de hele familie om hem heen was verzameld 
kroop ik in zijn garderobekast en verstopte mij daar
wilde niet dat opa dood was
ik was een kind van nog geen vijf
Op zijn sterfdag hebben wij opa begraven
de grond was keihard, de sneeuwstorm was meedogenloos
het duurde lang voor de bevroren aarde zich opende 
Volgens de traditie zouden ze opa eerst wassen
om hem daarna in een lijkwade te wikkelen
maar eerst moest iedereen de kamer uit
Een vreemde man kwam binnen
ik keek door de kier, hij begroette opa
sprak Arabische woorden uit het heilige boek
haalde een tang uit zijn aktetas
deed de mond van opa open
trok drie gouden tanden uit zijn mond
Ik hoorde het gekraak van de tanden
en hoe opa schreeuwde van pijn
Daarna kwam mijn vader binnen
opende zijn hand en deed de tanden in zijn broekzak
Sindsdien heb ik medelijden met diegenen
die gouden tanden hebben

Dit tamelijk gruwelijk, maar meeslepend geschreven gedicht komt uit de nieuwste dichtbundel Hartslagen van de mus van de Turks-Nederlandse dichter Ali Şerik (1962). Het is een rijkgevulde bundel, met ruim 160 -vaak lange- gedichten, waarin zijn vorige, eerder door mij besproken bundel uit 2011 is opgenomen: Doorbloeiend heimwee

De nieuwe bundel van Ali is op zondagmiddag 4 oktober 2015 op indrukwekkende wijze gepresenteerd in een overvolle Keizaal van de Amersfoortse Eemland Bibliotheek. Ik herhaal nog maar eens mijn suggestie om Ali Şerik uit te nodigen voor de Nacht van de Poëzie, waarvan de jongste (33e) aflevering weer grotendeels gevuld was met al lang gearriveerde, oude dichters.
Zoals ik het, met alle respect, ook jammer vind dat een zo bijzondere dichter als Ali Şerik is aangewezen op een internetuitgever. Bij Ali’s warmbloedige en beeldenrijke gedichten steekt heel wat erkende Nederlandse poëzie naar mijn smaak nogal kleur- en bloedeloos af…