Samensteller Nieuwe Nederlandse Lyriek: P. Van Renssen,‘s-Gravenhage 1927
Op C.S. Adama van Scheltema na, zijn van alle boven afgebeelde dichters een of meer gedichten te vinden op deze website. Nog altijd nieuw genoeg voor mij. Laat je verrassen en zoek ze op! Zie onder de categorie ‘Dichters’, of ga naar het zoekvenster om hun naam in te tikken.
Vierendertig jaar waren we samen, Julius, Als ik mij goed herinner.
We maakten zowel mooi als slecht weer mee. Toch wonnen de goede jaren het van de beroerde.
Stel dat we de dagen met kiezelstenen zouden verdelen, De zwarte aan de ene kant, de witte aan de andere, Dan zou de hoogste stapel zonder meer wit zijn.
Wil je de bittere smaak van het leven vermijden En het mes overleven dat het hart doorboort, Volg dan mijn plan: houd voldoende afstand van eenieder.
Je plezier is dan mogelijk geringer, Maar je bitterheid eveneens.
Martialis (40-104 na Chr.)
(Eigen vertaling naar een Engelse vertaling uit het Latijn)
Voor mij ligt de dichtbundel ‘MEERSTEMMIG In taal en beeld’ van Christina Kyra van Ramele. Het is een kunstzinnig vormgegeven en volumineus boekwerk van 178 bladzijden, dat niet minder dan 121 gedichten bevat, plus een aantal intrigerende en met zorg afgedrukte illustraties.
Het kleine schreefloze lettertype, de afwezigheid van vrijwel elke interpunctie in de tekst en het veelvoud aan enjambementen dwingen de nieuwsgierige lezer tot nauwkeurige lezing van het gebodene. Dit is poëzie die het best hardop gelezen kan worden! Ook inhoudelijk is de dichter veeleisend. Wie aan het lezen slaat, voelt zich al gauw voor de keuze gesteld: laat ik mij meedrijven op de stroom van woorden en beelden die de auteur mij voorschotelt, of zie ik ervan af en zoek ik weer de denkbeeldige oever op? Ik heb mij laten verleiden door de lokroep van de dichter en ben in haar bundel gedoken.
Deze is opgebouwd in elf afdelingen met ongelijke reeksen gedichten. De met kapitalen aangegeven titels van de afdelingen geven samen aardig de sfeer weer waarvan de bundel doordesemd is: Taal Beeld / Kunst Cultuur Drama / Filosofisch gelieerde poëzie / Mens Geest Ziel / Het Brein / Beleving / Tijd Ruimte Vergankelijkheid / Natuur Vrijheid Elementen / Liefde Verlangen Droom / Abstractie Concretie / Gesprek. Het is wel duidelijk: de dichter schuwt de grote thema’s en gevoelens niet! De vaak filosofisch gestemde gedichten zelf vormen samen de inderdaad zeer meerstemmige expressie van een stroom aan gevoelens en gedachten. Al lezende, kwam de typering “euforische poëzie” bij mij op.
Zoals de titel van de dichtbundel al suggereert, is de identiteit van Kyra (zoals de roepnaam van de auteur luidt) als dichter nauw verwant aan en vervlochten met haar identiteit als beeldend kunstenaar. Deze dubbele creativiteit in één persoon levert vaak verrassende en boeiende teksten op. Bijvoorbeeld wanneer zij dicht over haar beleving van muzikale, literaire of beeldende kunstwerken. De gedichten waarin haar eigen existentie centraal staat zijn soms grappig, soms schrijnend en aangrijpend. Tegelijkertijd is haar poëzie niet altijd even navolgbaar en invoelbaar. Hier is immers een persoon aan het woord die vanuit een heel eigen werkelijkheidsbeleving, vrijuit associërend, haar gedachten en gevoelens in dichtvormen giet. Zij wil daarbij de lezer ongetwijfeld bereiken en raken, maar lijkt er niet per se op uit begrepen te worden. Integendeel, het voelen gaat in haar visie vaak boven het denken en analyseren. Ook zichzelf is zij vaak een raadsel, blijkt uit een aantal verzen.
Laat mij enkele parels uit de gedichtenstroom opduiken die de bovenstaande observaties kunnen illustreren. Waarbij opvalt dat titels soms fungeren als beginregel van het gedicht.
TERWIJL DE TAAL
beperkt en verrijkt Spreekt zij woorden vanuit een oase Vanuit een innerlijke spontane Intuïtieve sensitieve gave (…)
VOOR MIJ
ligt een blanco blad Als een gedicht in een bloesemtak Van schaduw en zonlicht
Een tere uitnodiging een gedicht Te schrijven in het zachte licht Van een bloesem in de knop
Woord en beeld In het poëtische Vorm te geven (…)
FASCINEREND?
Begrijp jij het? Nee en dat bevalt mij wel Je hoeft niet alles te verklaren Tot op het bot te analyseren
In de kunst kun je lekker verdwalen De zintuigen prikkelen strelen Mooi lelijk lieflijk choquerend In de spirit van beeld tot beeld (…)
SCHILDERIJ
(…) Ik beef ik zweef ik lees de schildering Ben ik nog van vlees en bloed In deze angstige lichtheid van zijn in Een transcendente werkelijkheid
Waar ben ik wie ben ik? Ben ik de weg kwijt?
Ik besluit mijn bespreking van Meerstemmig met de integrale weergave van twee gedichten, die mij extra troffen en die tevens de meerstemmigheid van de bundel laten zien: een funerair gedicht en een zelfportret (vermoed ik.)
GRAFSTEMMING?
Vonken van sigaretten rondom het graf Van hun vader verstokt roker Zijn volwassen kinderen tikken de as Op de zwarte kist op herinneringen Meest bittere vlammende storende De fik erin! Ik was een verbaasde getuige
De wind opgloeiende sigaretten Er is een gelaten stemming maar Geen grafstemming meer een vreemde Variant van het ritueel ‘Afscheid’ Het proces in zichzelf de as in het graf Er hoeft niets verklaard te worden Dat heeft al jarenlang gespeeld
As op voorbije hete vuren Het spel is uit De plek verlaten Er zijn geen tranen Er zijn geen vragen
ZIJ ONTWAAKT
De kamer baadt in zonlicht Tijd? Kijkt uit het raam Zij kijkt naar haar kijken De wereld dient zich aan Dringt zich op in bruidssluiers
Een wit veld vol bruidssluiers Zij ligt er middenin Bedolven bedwelmd Spreidt haar armen de Staalblauwe lucht in
Een zwarte wolk jaagt Over het landschap Een zwarte sluier Zij is de sluier.