Hij legt het spantouw om de poten van het beest,
zet zich neer op het melkblok, plaatst de emmer
onder de uier en omvat de memmen,
waarna de eerste melkstraal op de bodem sjeest.
Toegevend herkauwt ogendicht het beest.
Vliegen verslinden onderwijl zijn huid.
Met ’n luie staartzwaai is het al weer uit.
Naast melk en huid heeft hij geduld het meest.
En in de emmer rijst het zachte feest
van zingend schuim op witte overvloed.
Het is vandaag weer goed en veel geweest.
Hij geeft zich prijs zoals een dichter doet.
Een geestig gedicht van Gerrit Achterberg uit zijn dichtbundel HOONTE. Deze dichter publiceerde meer gedichten waaruit zijn fascinatie met de koe spreekt, zoals we die in onze dagen zien bij de dichter Lucas Rijneveld.
Het melken van de koe wordt zeldzaam mooi en nauwgezet beschreven vind ik, met gebruikmaking van een fraai opgebouwd rijmschema. Opvallend genoeg komt het woord ‘koe’ in het hele gedicht niet voor. Zij wordt in de eerste twee strofen aangeduid als ‘het beest’. De ‘hij’ in de slotregel slaat dan ook op de koe en niet op de melkknecht, de ‘hij’ waarmee de eerste regel van het gedicht opent.