Poëtisch credo

Tijdens een culinaire wandeltocht in Umbrië maakte ik kennis met de weduwe van Jan Elburg (1919-1992), experimenteel dichter behorende tot de groep van de Vijftigers en een van de Cobra-schilders, Michele Elburg-Gaarkeuken. Benieuwd naar haar oordeel, gaf ik onze reisgenote mijn dichtbundel Vallend Licht te lezen, waarvan ik een exemplaar bij me had.

De volgende ochtend gaf zij mij het boekje met een vriendelijke glimlach terug: “Mooi geschreven hoor”, zei ze, “maar ik geef persoonlijk de voorkeur aan een ander soort poëzie.” Waarna ze de volgende treffende omschrijving gaf van het verschil tussen toegankelijke en experimentele of hermetische poëzie: “Je hebt dichters die dingen mooi kunnen zeggen die je ook gewoon kunt zeggen. En je hebt er die dingen anders zeggen omdat ze niet in gewone woorden uit te drukken zijn.” Wijlen haar man behoorde tot de laatste categorie.

IMG_2261
Osip Mandelstam

Zelf schrijf ik over het algemeen toegankelijke gedichten. Ben ik daardoor oppervlakkiger? Van Oscar Wilde is het bon mot: ‘Alle kunst is oppervlakte en symbool tegelijk’. Voor mijn eigen voorkeur vond ik steun in een versregel van Osip Mandelstam, de grote Russische dichter die om één gedicht aan de terreur van Stalin werd blootgesteld en er in 1938 aan bezweek.

POËTISCH CREDO

Ik wil geen duistere woorden
aan een breinaald haken

zoals de Russische dichter
Osip Mandelstam zei
over een hem onwelgevallige
stroming in de poëzie.

Ik schenk liever klare wijn
in kristal geslepen glazen
die vonken schieten in het licht
en toch niet verblindend zijn.

Afbrokkelende hersenen

IMG_0355
Bron: wodc.nl

Met enkele andere dichters verzorgde ik op Nationale Gedichtendag 2006 een poëzieprogramma in een Utrechts zorgcentrum. Het publiek op de voorste rijen bestond uit psychogeriatrische bewoners in rolstoel. Hun verstarde, in zichzelf gekeerde, gezichten vertoonden geen enkele emotie. Behalve dan bij die ene mevrouw die af en toe onder de voordracht uitriep: “Wat mooi, wat mooi!” Ik moet hieraan terugdenken op Wereld Alzheimer Dag.

Uit eigen ervaring met mijn dementerende moeder weet ik dat vooral de overgangsfase erg zwaar is, vol angsten, wanen, verwarring en verdriet, en soms ook hilariteit. “Mijn hersens brokkelen af`”, zo vatte moeder treffend de boodschap van de arts samen over de bij haar aangetroffen hersenaandoening. Volgens verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer brokkelt daarmee ook de ziel af, die immers zetelt in ons brein. 

Mijn eigen angst voor dit proces vond zijn weg naar een gedicht. Het sloot de dichtbundel af die verscheen op de dag dat ik Abraham zag (Als ik 50 word, 1999). Wie weet, werkt het schrijven of lezen van gedichten vertragend: poëzie tegen dementie!

EXIT

Het wemelt van de taalfouten
in je hoofd en ander ongerief.

Zinnen ontsporen als treinen
in een zandstorm. Klanken

verliezen hun kleur. Uit je
oren stroomt verdriet. Je

vingers slaan steeds meer
tonen mis onder je verbaasde

blik. Zelfs de wellust knaagt
niet meer aan je: alsof het

sop de kool niet waard is.
Het deurslot zoekt moeizaam

naar de sleutel in je hand.
Ook wie het leven toelacht,

lacht ten leste niet.

Geloof je het zelf?

060 tiflis
Masker uit Georgië

Eeuwen geschiedenis leren ons tot op de dag van vandaag dat geloof mensen kan inspireren tot het verrichten van de hoogste weldaden en het bedrijven van de laagste wandaden. Een Amerikaanse filosofe deed onlangs in een interview de opmerkelijke uitspraak: “Godsdienst maakt goede mensen beter en slechte mensen slechter.” Op het eerste gezicht vond ik dit wel een verhelderende gedachte. Maar is de scheidslijn tussen good en bad guys (en girls) wel zo scherp te trekken als deze bewering suggereert? Een beetje introspectie leert wel anders. Hoe zit het met God zelf?, vroeg ik mij in een mismoedige bui af.

THEODICEE

de mensheid
zwaait al tijden
met een witte vlag

maar de duivel
zet onverstoorbaar
zijn werkzaamheden voort

en god lijkt
ergens anders
mee bezig