In de overgang (Kirgizië)

IMG_2259

Deze week was ik in Kirgizië. Deze prachtige maar straatarme bergstaat in Centraal-Azië is zes keer groter dan Nederland en er wonen 5 miljoen mensen. De sociale ramp die ‘transitie’ heet, is schrijnend zichtbaar in de voormalige Sovjetrepubliek. Twee derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De dagelijkse strijd om te overleven biedt ze weinig ruimte om van de nieuw verworven vrijheid te genieten. Toch neemt de roep om democratie toe, zoals bleek uit straatprotesten in maart 2005 en begin vorige maand.

De prijs van de vrijheid is hoog: staatsbedrijven die verdwijnen, massale emigratie als gevolg van de werkloosheid, toenemende kinderarbeid, buitenlandse investeerders  die nieuw werk brengen dat elders verboden is, zoals de levensgevaarlijke productie van asbestgolfplaten. “Ik heb liever over 40 jaar kanker dan nu mijn baan en inkomen te verliezen“, zei een bijna huilende werkneemster in een fabriek die we bezochten.
De traditionele vakbonden kunnen weinig bescherming bieden tegen het misbruik door multinationals en de ontmanteling van de communistische verzorgingsstaat. In het verleden beperkte hun functie zich tot die van een sociaal-culturele dienst van het bedrijf. Ze proberen te redden wat er te redden valt.

Maar ze leren ook nieuwe vaardigheden om als een echte vakbond te opereren, die mensen beschermt tegen de uitwassen van het wilde kapitalisme en krijgen daarbij hulp van collega’s uit het buitenland. Dat was de reden van mijn bezoek deze week als lid van een internationale vakbondsmissie. Er is wel degelijk hulp die helpt. En wat was het weer een mooie ervaring kennis te maken met zoveel aardige, goedwillende en leergierige mensen, ook in Kirgizië!

LIEVER NIET

Hoe sterven vliegen eigenlijk?
Niemand die het weet.

De mensen die als vliegen sterven
Zijn te druk met sterven.

En vliegen geven zoals bekend
Geen interviews.

Waaróm mensen in bepaalde streken
Als vliegen sterven weten we

Liever niet.

Druiven en de dood

druiven 1 juli
In memoriam Cees L. (overleden in november 1988)


De dagen zijn als droesem van de tijd
in deze maand waarin een vriend moest sterven.
De glazen geuren droefenis en spijt
om wie te vroeg het levenslicht moest derven.

Geen heildronk wist zijn adem te verlengen,
de fles met zijn bericht werd niet uit zee gevist.
Het goede vocht dat ik met hem mocht plengen
heeft niet de pijn van zijn gezicht gewist.

O kon ik nog maar één keer met hem klinken:
ik schonk hem liever wijn dan dit gedicht.

Baudelaire en Vroege vogels

Baudelaire

Er zijn dichters die niet van de natuur houden. Zoals de eerste ‘stadsdichter’ in de moderne poëzie,  de Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867). Van zijn enige dichtbundel Les Fleurs du Mal (De bloemen van het kwaad) uit 1857 kregen we in 1995 zomaar ineens twee prachtige, maar zeer verschillende Nederlandse vertalingen in de schoot geworpen, door Petrus Hoosemans en Peter Verstegen.

Baudelaire had dus niets met de natuur en verkoos de door mensenhand getemde natuur van het park boven de wilde natuur, die hem doelloos en saai voorkwam. Lees wat hij in 1855 (!) aan een bevriende dichter Fernand Desnoyers schreef:
U vraagt mij om gedichten voor uw boekje, gedichten over de Natuur, nietwaar? over het bos, grote eiken, struweel, insecten –  over de zon, vermoed ik? Maar u weet toch dat ik niet in staat ben tot mooie gevoelens met betrekking tot planten, en dat mijn ziel zich verzet tegen die merkwaardige nieuwe Religie, die altijd, lijkt mij, voor elk spiritueel wezen enigszins shocking moet zijn. Ik zal nooit geloven dat de ziel der Goden in planten huist, en als dat toch het geval mocht zijn, zou ik mij daar maar matig druk om maken, en ik zou mijn eigen ziel heel wat hoger aanslaan dan die van de heilig verklaarde groenten. Ik heb zelfs altijd gedacht dat er in de Natuur iets droevigs was, iets hards en wreeds, dat springlevend is en welig tiert, -iets onbestemds, dat raakt aan schaamteloosheid.” (Vertaling Truus Boot en Nelleke van Maaren, 1992)

Ondanks mijn bewondering voor Baudelaire houd ik van natuurlyriek. Ik beoefen het genre zelf bij tijden ook graag. De grote en kleine wonderen van de natuur boeien, ja verrukken me. Tegelijkertijd vormt de complexe relatie van de mens met de natuur ook een bron van verwondering, vermaak en spot, zoals in dit gedicht van mij:

BERICHTEN VOOR VROEGE VOGELS

Overbeplanting in de bebouwde kom
is een gevaar voor mensen met een goede smaak.

Het verlies aan soorten in de vrije natuur
kan tot zeer ernstige depressies leiden.

Wie met zwakke luchtwegen kampt
dient adembenemende uitzichten te vermijden.

Het benaderen van donkere bosranden
wordt zwangere vrouwen met klem ontraden.