Kopzorgen om hoofddoekjes

IMG_1260

De kleding van traditionele moslimvrouwen, vooral als die donker of zwart is, roept bij mij herinneringen op aan het kloosterhabijt van katholieke nonnen, waarvan de aanblik heel gewoon was in het straatbeeld van mijn jongensjaren. Het kwam in die tijd wel eens voor dat een kind op de rooms-katholieke lagere school voor meisjes in blinde woede bij een religieuze leerkracht de kap van het hoofd trok. Om tot haar schrik te ontdekken dat er normaal mensenhaar onder zat.

In onze dagen is de vraag of een hoofddoek wel of niet om een vrouwenhoofd hoort een politiek beladen kwestie. Onze ‘tolerante’ samenleving lijkt veel minder moeite te hebben met uitdagende piercings, tatoeages en blotebuikenmode dan met decente hoofddoekjes, zelfs als ze tot omlijsting dienen van een betoverend mooi gelaat. Het één staat voor vrijheid, het ander voor onderdrukking. Hoofddoeken storen mij niet, zolang het gezicht van de persoon herkenbaar blijft. Ik heb heel goede herinneringen aan mijn twee Tante Zusters, Corsina en Emerentia.

 

En dan die arme kikkers…

Frog8

Onze met botanische soorten gevulde stadstuin biedt een goed leefmilieu voor kikkers. Bij elke vluchtige ontmoeting ben ik weer verrukt over hun glanzende schoonheid. En ik groet ze beleefd. Ik heb ook wel iets goed te maken. Als nieuwsgierig kind heb ik mij vroeger bezondigd aan wrede spelletjes met deze naakte wezentjes. Nu was dat heel gewoon voor een dorpsjongen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Zoals het ook de gewoonste zaak van de wereld was dat de sloot achter ons huis wemelde van kikkers, stekelbaarsjes en ander interessante schepseltjes. Een halve eeuw later vind ik het opwindend kikkers aan te treffen in de eigen tuin. Maar, geloof me,  ik laat ze echt met rust. Over kikkers opblazen en nog veel meer gaat het nu volgende nostalgische gedicht.

ALS IK VIJFTIG WORD    

Als ik vijftig word
wil men een groot feest
maar ik wil vluchten
weer het jongetje zijn van twaalf  
dat over de akkers dwaalt
korenbloemen plukken
klaprozen margrieten
voor de loper van de
processie op Sacramentsdag
jaarlijks zo kunstzinnig
door onze zielenherder
in het kerkplein aangelegd.

Als ik vijftig word
wil men een groot feest
maar ik wil vluchten
naar de zolder op de
boerderij van oom Fried
stapels Panorama’s
lezen Donald Duck’s
stiekem snoepen van
de aan slingers geregen
gedroogde appelschijfjes
terwijl onbestemde verlangens
mij stil en zoetjes plagen.

Als ik vijftig word
wil men een groot feest
maar ik wil vluchten
naar mijn plekje achter
de schuur van ons huis
met poep geheime tekens
schrijven op de muur
plannen beramen om
kikkers op te blazen
en plechtig te begraven
en mij oprecht verbazen
om een onbegrepen leven.

Moeder

Rozen_van_gogh

Mijn moeder heeft langer mogen leven dan mijn vader, van 24 november 1912 tot 3 maart 1995. Ik heb mijn herinneringen aan haar in diverse gedichten verwoord, evenals die aan mijn vader trouwens. Ze spreken voor zichzelf, hoop ik, zoals het nu volgende gedicht.

MOEDER  

Wat zou ik er niet voor geven
met moeder uit fietsen te gaan

nog een keer het paadje te nemen
langs achter de tennisbaan

om aan de broekdijk gekomen
naar het dorpje N. af te slaan

tot bij de oude watermolen
waar in een donkere gaard

vervuld van merels en rozen
een lieflijk kapelletje staat

mijn moeder oogt blij en tevreden
haar blauwste zomerjurk aan

alles is nu zo volkomen om
nooit meer huiswaarts te gaan

waarom kan alleen nog in dromen
wat ooit ik beleefde bestaan?