Impasse

koeien-bourgondie

Boeufs Bourguignonnes 2014

ik sta droog

dwaal rond
met loze uier

het voer is op

ik voel mijn
magen knagen

de boer is dood

wie taalt nog
naar mijn room?

Geloof het of niet, maar dit kort gedicht werd geselecteerd voor de Top 1000 van de 7e Turing Gedichtenwedstrijd (2015). De jury moest lachen om de knagende magen, maar vond ‘wie taalt nog/naar mijn room’ “net iets over de top”. Zou het gedicht “raar” genoeg zijn voor Ilja Leonard Pfeijffer?

Het laatste gedicht

f87f2092-d531-4d83-ade4-6be79f9734df

Stel, dit wordt het gedicht
dat alle andere gedichten overbodig maakt.

Ik word de enige winnaar van de (laatste!)
Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

Er breekt een algehele poet’s block uit,
die Ramsey Nasr en alle andere dichters

in Nederland en Vlaanderen het zwijgen oplegt.
Sommige uitgevers lachen in hun vuistje,

eindelijk verlost van een vaste verliespost.
Maar daar staat een heel leger aan poëten,

redacteuren, professoren en juryleden tegenover
die hun werk, inkomen en status kwijtraken.

En dat in een tijd waarin de culturele sector
het toch al zo moeilijk heeft!

Daarom hoop ik van harte dat dit gedicht
niet als het best denkbare uit de bus zal komen.

Velen blijft dan onnodig leed
en mij de eeuwige roem bespaard.


Met dit bewust uitdagende gedicht bereikte ik de Top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd 2011. Het verwijst impliciet naar de beroemde uitspraak van Gerard Reve over zijn streven een roman te schrijven die alle andere overbodig zou maken.

De jury motiveerde haar keuze als volgt: “Grappig gedicht dat er als het ware om smeekt niet verhoord te worden en daarom gaat het toch door naar de laatste honderd!” Het gedicht werd in Het Oog op Morgen voorgedragen door Rob Schouten
(Morgenavond eindigt de deadline van de achtste Turing Gedichtenwedstrijd.)

 

Dichters hebben ook een lichaam

 

Dichters hebben ook een lichaam.
Het voelt dikwijls zwaar aan,
want dichten doet men meestal zittend.
(Hoewel het lopend ook best gaat.)

 
Dichters laten zelfs hun eigen dokter niet
graag het achterste van hun tong zien;
ze bekennen liever via bypasses
wat ze op hun hart hebben.


Dichters koesteren hun kwalen
van lichaam of geest zonder gêne.
Wie leest immers voor zijn plezier
het werk van een gezonde dichter?


Dichters schrijven met het grootste gemak
verzen die zwaar op de maag liggen,
of de lezer het hoofd doen breken
bij zijn poging te doorgronden wat er staat.


Toch verslinden lezers verzen met huid en haar,
of ze nu naar gal of honing smaken.
Poëzie is nu eenmaal een niet te bestrijden
tussen de oren genestelde verslaving.


Dit gedicht werd geselecteerd voor de Top 1000 van de laatste (7e) nationale Turing Gedichtenwedstrijd. De jury oordeelde: “Leuke eerste strofe, fris en origineel. Gedicht goed rond één thema gebouwd. De eerste twee strofen zijn wel de beste. Door de originaliteit verwacht de lezer wel een sterke pointe.” Op advies van de jury heb ik de laatste strofe aangepast.


Koeiengeluk

Geen vrediger beeld
dan koeien op een
lome zomermiddag

die in de schaduw
van enkele bomen
liggen te dromen

dat ze straks weer
de melkcarrousel
op mogen.

Dit gedicht van mij werd geselecteerd voor de Top 100 beste gedichten van de 7e nationale Turing Gedichtenwedstrijd 2015, die gisteren feestelijk is afgesloten met de verkiezing van een veelbelovende 20-jarige winnares, Else Kemps. Zie voor de volledige uitslag: Eregalerij Turing Top 100 2015

Het juryrapport over ‘Koeiengeluk’:
Een fijn gedicht. Pretentieloos. Klanken en rijmen zijn goed verdeeld, met name de o’s en de m’s doen hun werk uitstekend. Af. Top 100-kandidaat.

Een mooie en vooral technische beoordeling. Zou de humoristische strekking van de derde strofe bij de jury zijn overgekomen?, vraag ik mij af. Ik vond het verrassend en ook best een eer om voor de derde keer in de Turing Top 100 te belanden.

 

Passaat

 

 

 

 

 

 

Schilderij: Marianne Schellekens. Voor een groter beeld op de afbeelding klikken en surf voor meer informatie en een uitgebreide digitale expositie van de kleurrijke schilderijen van deze Nuenense kunstenares naar: Website Marianne Schellekens

Dit gedicht werd geselecteerd voor de Top 1000 van de Turing Gedichtenwedstrijd 2013. Volgens de jury wekt het gedicht de indruk dat het bestaan zo mooi en teer is als korenbloemen en is het te beschouwen als een loflied op het leven. “Uw vers is helder, vlug te bevatten en daarmee gemakkelijk terzijde te schuiven, als het niet zo’n treffende tendresse bevatte.”