Over Oost-Indische kers en leeshonger

Oost-Indische kers is een van mijn favoriete bloemen. De intens kleurige bloemen van de welig tierende plant zijn een lust voor het oog en bovendien tongstrelend. Wel met een bijsmaakje wat mij betreft.

Ik herinner mij het woord ‘Oost-Indisch’ in een heel andere context uit mijn jongensjaren. Als kind kon ik namelijk zo verdiept zijn in een boek, dat het niet tot mij doordrong als moeder mij vroeg een boodschap te doen. Bijgevolg kreeg ik dan wel eens het verwijt dat ik mij ‘Oost-Indisch doof’ hield. Een curieuze manier om te zeggen dat ik me van de domme hield.

Natuurlijk voelde ik mij dan onheus bejegend. Als ik las, was ik tijdelijk helemaal in andere sferen. Maar hoe leg je dat als kind uit aan een druk bezette ouder, die wel wat anders aan het hoofd heeft dan de meeslepende avonturen van Arendsoog en Witte Veder?

(De Nederlandse benaming van de plant is in dubbel opzicht misleidend. Net als bijvoorbeeld tuinkers, is Oost-Indische kers geen kers. En deze ‘kers’ is, anders dan de naam suggereert, oorspronkelijk afkomstig uit Latijns-Amerika.)

 

Leren van kikkers

D771CB41-FB94-41F4-BE4B-24865BCE9CE1.jpeg

Miljoenen jaren geleden leefden er al kikkers op aarde. Zoals dit exemplaar uit het Mioceen, dat in het fantastische ‘museum van de verwondering’ Teylers in Haarlem bewaard wordt. Opvallend hoe de gestalte van een kikker op die van een mens lijkt. En ze bestaan nog steeds, de kikkers. Wat een prestatie! Hoe lang zal de homo sapiens overleven? Alleen als we de balans met de (rest van de) natuur weten te hervinden, zal deze de menselijke soort blijven dulden, denk ik.
Wat we kunnen leren van de kikkers? Bescheidenheid!