Een ratje toe (verborgen dieren)

De titel van de nieuwste Disneyfilm Ratatouille is een mooie taalvondst. Vooral omdat de in dit woord verscholen dierennaam niet als samenstellend woord gebruikt is. Hierover doormijmerend, realiseerde ik me dat er nog veel meer woorden zijn in onze taal met een verborgen dier erin, zonder dat het in die betekenis benut wordt. Voor wie het leuk vindt hierbij een aantal van deze woorden. Ik zou zeggen: zoek het dier!

Katholiek, haaibaai, muisarm, moslim, honderd, bevlogen/botervloot, radicaal/liniaal/lokaal, muskus/mustang/musket/nootmuskaat, huilbui/zuil, orkaan, poespas/opoes/poesta, lampion/oorlam/islam/lampenkap, slaap/jaap/kaap, kever, bevlieging, papier/pierewaaien/vampier/rapier, bijbel, koevoet/koeler/koesteren (hier zitten 2 dieren in), kwezel (idem), gezellig, haastig, meester, ontberen, steunbeer, assegaai, brallen/dralen, schmieren, bevinkje, spaardeposito, ongans, zelfbevlekster, skater, eendracht/beenderen, molen, kregelig, slakom, toren, (f)luisteren/kluis, kramp, looierij, dotterbloem, voetpad, braaf, emotie, spinet, kwaliteit, kneuterig, broek, tractor/storm, visioen, margriet, kraker, voortvarend, versmaden, schommel, voelspriet, talkpoeder, bedreiger, gratis, stropdas, bestieren, parasol.

Een speciale categorie zijn dierennamen met nog een ander dier erin: kever, schaap, ooievaar, boktor, mossel, koekoek, muskiet.

Tot slot nog een woord waarin zich een groot dier in vreemde bochten wringt: foliant.

Geloven in Uruzgan

 

Wat drijft een nuchtere Nederlander, die niet in de ban is van een religieuze of politieke verlossingsleer, om zich ver van huis en haard en met gevaar voor eigen leven in te zetten voor een betere wereld? Dat vroeg ik mij gisteren opnieuw af bij het nieuws over het sneuvelen van de tiende Nederlandse militair in Uruzgan, Martijn Rosier. Hij laat drie jonge kinderen en een zwangere vrouw achter. Ik kan dergelijke menselijke drama’s niet zomaar beschouwen als het gevolg van een beroepsrisico, zoals je in sommige reacties leest, uit helaas maar al te gangbaar cynisme of de behoefte aan verdringing van de werkelijkheid. Er staat naar mijn oordeel veel meer op het spel.

Toevallig vond ik nog dezelfde dag het antwoord op mijn vraag in een beschouwing van Rob Vreeken in de Volkskrant, naar aanleiding van een artikel in de National Geographic, over de ‘Vader Teresa van Pakistan’, Abdul Sattar Edhi. Net als de veel bekender geworden ‘semiheilige’ Moeder Teresa in India, wijdt deze 79-jarige man zijn leven aan de zorg voor zieken, armen en verdrukten in het politiek en religieus zo verscheurde Pakistan. Dit doet hij zonder zich ooit af te vragen of een verlaten kind, een dode, een psychiatrische patiënt of een mishandelde vrouw soenniet is of sjiiet, hindoe of christen. ‘Ik ben een moslim‘, zegt Edhi, ‘maar mijn ware geloof is de rechten van de mens.’

Terug naar Uruzgan: de Nederlandse (en andere) mannen en vrouwen die daar op dit moment vechten voor vrede, doen dit niet om de bevolking of het grondgebied van hun eigen vaderland te verdedigen, zoals in een klassieke oorlog gebruikelijk is. Zij verdedigen het recht van wildvreemde mensen op een menswaardig bestaan en nemen ze in bescherming tegen religieus gemotiveerde fascisten, die dit recht bedreigen. Als ze sneuvelen, doen ze dat niet voor de eer van hun vaderland, maar omwille van de waardigheid van de mens, van élke mens: ook die van mij. Ik twijfel dan ook niet aan de morele noodzaak en betekenis van de Nederlandse missie naar Uruzgan.

Hooguit kun je vragen stellen bij de praktische uitvoerbaarheid ervan, maar daarover kan en hoef ik niet te oordelen, in tegenstelling tot de verantwoordelijke politici. Ook kun je je afvragen of de Nederlandse soldaten die zich in Afghanistan of elders voor de bescherming van mensenrechten inzetten, vanuit hun eigen samenleving wel de steun, het respect en de dankbaarheid ontvangen, die ze op grond van hun hoogstaande en riskante taak verdienen. Waar zijn de steunbetuigingen van hun natuurlijke bondgenoten: de vele mensenrechten- en vredesorganisaties waaraan Nederland zo rijk is? Laat ik bij mezelf blijven. Elk menselijk offer voor gerechtigheid en vrede wil ik als een aansporing beschouwen om ernstig bij mezelf te rade te gaan en de vraag te stellen: Wat doe ik zelf eigenlijk concreet om mijn geloof in de rechten van de mens in praktijk te brengen?

Verbeelding aan de macht?

De Griekse filosoof Plato had het niet zo op dichters en ander kunstenaarsvolk. Hij verbrandde zijn eigen gedichten na zijn kennismaking met Socrates en hekelde de poëzieslams in het Athene van zijn tijd, de vijfde eeuw voor Christus. De dichters en toneelspelers waren er immers op uit het volk te vermaken in plaats van ze tot nette burgers op te voeden.

In zijn ideale Staat was er dan ook geen plaats voor poëzie en andere vrije kunsten. Maar wat gebeurt er als een dichter de staatsmacht verovert? Grote dictators als Stalin, Hitler, Mao en Saddam Hoessein, en een kleine als Radovan Karadzic, hadden niet alleen gemeen dat ze in de hoogtijdagen van hun macht naar willekeur beschikten over leven en dood van hun onderdanen. Ze schreven ook gedichten. Als de verbeelding echt aan de macht komt, kun je je dus beter bergen…