Dichter naast God (over Stevie Smith)

Gedeelde_smart

Ik ben atheïst, maar ik doe er niet zoveel meer aan. Met dit aardige grapje hoef je tegenwoordig niet meer aan te komen.  Er is -vooral als reactie op de opkomst van de politieke islam en de nasleep van nine-eleven – een nieuwe generatie vrijdenkers opgestaan, zoals de Britse filosoof Richard Dawkins en een auteur als Jaap van Heerden in ons eigen land, die in een vloed van publicaties munitie aandraagt om het geloof in het bestaan van een God eens en voor altijd op te blazen.

De door mij bewonderde dichteres Stevie Smith (1902-1971) was een overtuigd agnost, die niettemin voortdurend en ernstig met de godsvraag bezig was, zoals blijkt uit de vele religieuze gedichten die zij heeft nagelaten in haar Collected Poems. Opgegroeid in de warme en symboolrijke geborgenheid van de Anglicaanse kerk, bleef ze haar hele leven naar de liefhebbende God verlangen, die ze als volwassene vooral op morele gronden meende te moeten afwijzen. Deze intense spanning tussen verlangen en ontkenning levert boeiende en vaak schrijnende poëzie op, die voor een moderne post-gelovige of postmoderne gelovige heel herkenbaar en navoelbaar is.

In haar essay De noodzaak om niet te geloven uit 1958 maakte Stevie duidelijk, hoe moeilijk het haar viel deze levenskeuze vol te houden. Vooral voor een ongelovige ‘met een religieus temperament‘ is het leven saai en eentonig zonder religie. In het bijzonder de christelijke, die zo vol drama en sensatie zit ‘met haar kansen op eeuwig leven en eeuwige verdoemenis en haar demonische drang om de baas te spelen, beperkingen op te leggen en te intimideren en vooral haar zoete belofte van een hemelse Vader.

In een berucht geworden gedicht uit 1964, How Do You See, wijst de dichter de in haar ogen valse troost van het geloof af. Als we niet gauw onze kinderen leren goede mensen te worden zonder de betovering van mooie sprookjes. ‘Dan denk ik dat de oneerlijkheid zo onverdraaglijk voor ons wordt, dat we -met de wapens die we hebben- iedereen zullen vermoorden.‘ Een profetische waarschuwing, zo lijkt het anno 2009. Zou het geweld van groeperingen als Al Qaida en de Taliban niet zozeer door religieuze ijver als wel door door religieuze twijfel worden gemotiveerd? Een interessante gedachte voor wie dit soort geweld wil bestrijden of voorkomen.

Toch bleef Stevie Smith haar leven lang wankelen tussen geloof en ongeloof, zoals blijkt uit haar magistrale gedicht God the Eater, dat begint met deze paradoxale eerste strofe (in mijn eigen vertaling):

Er is een god waarin ik niet geloof
Toch reikt mijn liefde naar deze god
Deze god waarin ik niet geloof
Is mijn hele, hele leven en ik het zijne

Deze beschouwing is gebaseerd op een essay van Anne Bryan op haar strange attractor website
(I warmly thank Ms Anne Bryan for her kind permission to let me quote abundantly from her inspiring essay on Stevie and God.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.